Uitgelichte berichten

Hoe werkt een helend verhaal?

Een verhaal kan een een krachtige helende werking hebben.

Onderstaand verhaal schreef ik voor een angstig geworden meisje, naar aanleiding van de Geboorte in Kaart-sessie met haar ouders

Het effect: De ouders zagen hun dochter al tijdens het voorlezen groeien in zelfvertrouwen.

De dagen erna stapte het kind weer even zelfverzekerd als tevoren op nieuwe situaties af en toonde zich beduidend minder faalangstig bij de aanpak van haar schoolwerk.


Via een verhaal kunnen dingen die moeilijk of pijnlijk zijn op een beeldende manier toch verteld worden. Het onbewuste herkent hetgeen in beeldtaal wordt aangeboden. Zo kan er op een diepere laag verwerking en heling plaatsvinden.


Dit meisje had op school iets meegemaakt dat haar geboorte-trauma triggerde. Het verhaal dat ik voor haar schreef vertelt in spookjestaal over haar geboorte en het voorval op school.

Hiermee konden beide situaties verwerkt worden.


Met toestemming van de ouders mag ik hier het verhaal publiceren.


Het draken-ei


Voor B., die weet wat ze weet


Lang lang geleden in een tijd voordat de tijd begon was er eens een man die een tuin had. En in die tuin stond een appelboom op een klein groen heuveltje. Een prachtige appelboom. Hij was dol op haar; elke dag ging hij bij haar kijken en zorgde goed voor haar. En dat was te zien. De appelboom stond er prachtig bij, stralend in het zonlicht met de wortels stevig in de vruchtbare aarde. Eer groeide heerlijke sappige rode appels aan. Voor de man was deze boom zijn lust en zijn leven.

Op een ochtend komt de man zijn tuin binnengewandeld en tot zijn schrik zit er op het gras naast de appelboom een reusachtige draak. Een schitterende draak. Haar schubben glanzen in het ochtendlicht. Aanvankelijk is de man een beetje bang, maar als hij beter kijkt, ziet hij dat de draak vriendelijke zachte ogen heeft en langzaam waagt hij zich steeds dichter bij.

Tussen de poten van de draak ligt een ei. Een mooi groen met blauw drakenei. “Goedemorgen, draak.” zegt de man beleefd, want tegen raken moet je altijd respectvol zijn, dat weet hij.

“Goedemorgen,” antwoord de draak.

“Mag ik vragen wat je in mijn tuin komt doen?”

“Dat mag. Ik zoek een plek waar ik mijn ei veilig kan verstoppen en waar het rustig kan groeien tot de tijd is aangebroken dat mijn drakenjong het levenslicht wil zien.”

“Hm,” zegt de boer en hij krabt nadenkend op zijn hoofd. “En dat moet hier?”

De draak kijkt hem beledigd aan. “Dat mág hier. Het is een hele eer om over een drakenei te hoeden.”

Maar ja, die man denkt: Alles goed en wel. Dat mag dan wel een eervolle taak zijn, maar stel je voor joh, straks komt zo’n ei uit en dan heb ik hier ineens een draakje in mijn tuin rondbanjeren. Laat die alles wel heel?

De draak kijkt om zich heen. “Daar, onder de wortels van die appelboom.” zegt ze.

“Oh nee,” zegt de man “geen sprake van. Niet onder mijn mooie appelboom. Ik weet nog hoe het ging toen daar een konijnenfamilie daar een hol had. Die groeven heel de bodem onder haar weg en het ging toen niet goed met mijn boom. Stel je voor. Er zat bijna geen enkele lekkere sappige rode appel meer aan.”

De draak zweeg en keek hem alleen maar aan. De stilte tussen hen woog zwaar op de man. Hij verkeerde in hevige twijfel.

Tot zijn grote verbazing begon de appelboom zich nu zelf met het gesprek te bemoeien. “Kom op,” zei ze. “ik ben toch helemaal hersteld van de ravage die die konijnenfamilie had aangericht? Ik ben gezond en sterk en ik kan best op een drakenei passen. Kijk er is hier tussen mijn wortels nog een prachtig ondergronds holletje waar het in past.”

“Weet je het zeker?” vroeg de man een beetje angstig.

“Ja joh!” stelde de boom hem gerust, “Toe maar. Leg dat ei hier maar neer.”

En zo gebeurde het. De man pakte het ei voorzichtig op en legde het in het holletje tussen de wortels van de boom. Hij gooide er een schep aarde over heen zodat het ei lekker warm onder de grond lag, verborgen voor nieuwsgierige mensenogen.

De draak knikte tevreden. “Dankjewel,” zei ze. “Daar kan mijn ei veilig groeien.”

“En dan?” wilde de man weten. “Wanneer komt dat ei dan uit en moet ik dan nog wat doen?”

“Je hoeft je er helemaal niet mee te bemoeien,” legde de draak uit. Mijn drakenjong weet zelf wel wanneer het tijd is om uit haar ei te komen. En dan komt ze er helemaal zelf uit. Vertrouw daar maar op. Een draakje heeft alle antwoorden in zichzelf. Het weet het antwoord op elke vraag, ook op de vraag wanneer de juiste tijd is om geboren te worden. En je zult zien, daarna is dat draakje al snel zelfstandig en klaar om de wereld in te vliegen.”

En met die woorden hees de draak zich op haar sterke drakenpoten, sloeg haar machtige vleugels uit en steeg op. De man keek haar vol ontzag na, totdat ze nog maar een stipje tegen de blauwe hemel was.

Dagen, weken, maanden gingen voorbij. In de zomer lag de man heerlijk in de schaduw van zijn appelboom en luisterde naar het kloppen van het drakenhartje onder de grond. Het werd herfst en de man plukte sappige, glanzende appels van zijn boom. En in de winter ging hij in een dikke jas gehuld elke dag even bij zijn boom kijken en veegde wat bladeren over rond haar stam zodat het ei lekker warm toegedekt tussen de wortels kon liggen.

Toen het eerste voorjaarszonnetje doorbrak, viel het de man voor het eerst op dat zijn appelboom er een beetje scheef bij stond. Vreemd dacht de man, misschien komt het door de februaristormen. Maar een paar windstille dagen later stond de boom nog een beetje schever. Weer een paar dagen later kon de man duidelijk die dat de heuvel waarop zijn appelboom stond nogal gegroeid was. “O, mijn God, dat komt natuurlijk door dat groeiende drakenei tussen haar wortels.” Concludeerde de man bezorgd. En ja hoor, met de week groeide en groeide de heuvel en de boom begon gevaarlijk achterover te hellen.

“Straks valt ze nog om!” sprak de man bezorgd in zichzelf.

“Nou,” gaf de boom toe “ik voel mijn eerlijk gezegd ook niet zo lekker momenteel.”

De man was er niet gerust op. Hij had al eerder meegemaakt dat zijn boompje er lusteloos bij stond na dat gedoe met die konijnen. Dat wilde hij niet nog eens meemaken.

“Ik ga er toch even iemand naar laten kijken,” zei hij.

Even later kwam hij terug met een bodemonderzoeker, een boer en een bomendokter. Die wierpen een deskundige blik op de boom en het reusachtige ei dat inmiddels helemaal klem lag tussen de wortels. Door de ruk van de wortels waren er kleine scheurtjes in de eierschaal ontstaan en de wortels van de bomen waren helemaal uit elkaar gedrukt. “Als we dat ei en die boom willen redden, dan moeten we nú actie ondernemen!” besloot de bomenchirurg. En voor de man goed en wel begreep wat er gebeurde, waren ze allemaal in rep en roer en deden hun uiterste best om het ei zo zorgvuldig mogelijk open te breken en het babydraakje gezond en wel tussen de wortels uit te halen.

“Ja maar, ja maar….” mompelde de man. Want hij was nogal overdonderd door alles wat er ineens gebeurde en in al zijn verwarring herinnerde hij zich nog wel iets van wat die grote draak had gezegd. “Niet mee bemoeien. Een drakenjong weet zelf de beste tijd om ui het ei te komen.”

“Niks te maren,” zei de bodemonderzoeker, “aan de kant jij! Trek je overal maar snel aan, dan kun je je draakje zo meteen aanpakken als we klaar zijn. “Maar mijn boom! Zorgen jullie ook voor mijn boom?” vroeg de man angstig. “Geen zorgen, alles komt goed!” stelde de boomchirurg hem gerust.

De arme man stond nog maar met een been in zijn overal toen hij een enorme krak hoorde en de boer riep: “Kijk, kijk gauw, dan kun je het draakje uit het ei zien komen.”

Net op dat moment trok de bodemonderzoeker het draakje aan zijn achterpoten uit het ei. Het glansde nog van het vocht. En voor hij wist wat hem overkwam zat hij wat onhandig met het draakje op zijn schoot. Hij bekeek het van top tot teen, het was een heel mooi draakje dat daar met de oogjes dicht in zijn armen lag. Maar leefde het nog wel? Ademde het wel? De man legde zijn oor te luisteren bij de bek van het draakje. Ja, gelukkig zeg! Het ademde. Even opende het draakje haar ogen en gaf hem geruststellend een lik met haar drakentong, alsof ze tegen hem wilde zeggen: “Het komt allemaal wel goed met mij en met je boom.” Ontroerd door zoveel drakenliefde huilde de man dikke tranen.

En het kwám goed. De boom herstelde, stond al snel weer fier rechtop en droeg na een paar maanden weer glanzende rode appels. En het draakje groeide, en werd met de dag groter en sterker. Het vermaakte zich uitstekend in de tuin van de man. Het ontdekte er zelfstandig elk plekje en speelde met de andere dieren. Het oefende vrolijk of het al een beetje kon fladderen en lachte vrolijk als ze af en toe weer met een smak neerkwam. “Geeft niks!” riep ze stoer. “Ik blijf het gewoon proberen. Het komt goed.” En dan fladderde ze gewoon weer verder. De man en de appelboom keken haar vertederd na. “Laat die maar schuiven,” zei de appelboom “de leert vanzelf vliegen, het is zo’n doorzetter!” De man knikte “Ja, ze weet zelf wel wanneer ze er klaar voor is om echt te gaan vliegen, want draken hebben alle antwoorden zelf in zich.”

Zo leefde het draakje zorgeloos in de tuin met de appelboom, speelde, leerde van alles over de natuur en werd elke dag een beetje beter in vliegen. Dat ging vanzelf. Want draken hebben alle antwoorden in zich.

Maar op een dag streek er een schele ekster neer in de appelboom. Het keek met zijn gemene oogjes naar de vliegoefeningen van het draakje en elke keer als het draakje met een plof op de grond landde, riep ze “FOUT! JE DOET HET FOUT!” Daar schrok het draakje van. Ze deed haar best om zich er niks van aan te trekken, en gewoon door te oefenen, maar dat viel nog niet mee. Elke keer als de schele ekster weer snerpend “FOUT!” riep, durfde het draakje minder goed te oefenen met vliegen.

De man zag het met lede ogen aan. De boom werd kwaad. “Hou je mond jij, lelijke ekster!” riep ze “zie je niet wat je doet. Je ontmoedigt dat arme drakenkind met je stomme gekrijs.”

“Pfoe!” schreeuwde de ekster. Alsof ik me zou vergissen. Ik heb al heel veel eieren uitgebroed en heel veel jonge eksters leren vliegen. Gewoon een kwestie van over de rand van het nest duwen. Ze slaan hun vleugeltjes uit en blijven drijven op de luchtstroom. Maar dit jong is eigenwijs. Kijk maar hoe ze daar zit met haar poten over haar oren. Ze wil niet eens naar me luisteren.”

“Allicht wil ze niet naar je luisteren!” zei de appelboom woedend. “Maak dat je wegkomt met je nare opmerkingen. Weg, weg jij uit mijn takken! Dit jong weet heus wel hoe het moet vliegen en als de tijd rijp is zál ze vliegen, want een draakje heeft alle antwoorden zelf in zich.

Beledigd vloog de ekster op en nestelde zich in een andere boom. Van daaruit bleef ze met haar schele ogen kijken of het draakje inderdaad zou gaan vliegen. “Nou het zal mij benieuwen,” mompelde ze. Een toen het draakje verdrietig onder de appelboom bleef zitten en geen enkele poging meer deed tot fladderen en vliegen, snerpte ze gemeen: “Zie je wel!”

Op een dag kon de man niet meer aanzien hoe het draakje angstig en verdrietig onder de appelboom zat te bibberen. “Ik ga hulp zoeken,” zei hij. “Ik wil ons dappere, sterke, vrolijke, zorgzame, lieve draakje weer terug.”

“Wat voor hulp dan?” vroeg de appelboom.

“Drakenhulp. Ik denk dat alleen een draak ons draakje weer vertrouwen in zichzelf kan geven.”

En met alle liefde die hij in zijn borstkast voelde, riep hij naar het oneindig luchtruim om de draak die ooit haar ei bij hem in de tuin had achter gelaten.

En als er met zoveel liefde om hulp wordt geroepen, dan hoort een draak dat, waar op de wereld ze zich ook bevindt en dan komt ze zo snel als haar vleugels haar kunnen brengen.

Daar streek ze al neer naast de appelboom. “wat is er aan de hand?”

De man wees naar het stille verdrietige draakje. “Kijk nou toch! Dit kan toch niet de bedoeling zijn van een draak?”

Nee, zei de grote draak. Dit kan nooit de bedoeling zijn. Ze ging naast het draakje onder de appelboom zitten en wachtte tot het jonge draakje stopte met bibberen. En toen het draakje een beetje gekalmeerd was en naar haar op keek vroeg ze: “Wat is er nou eigenlijk aan de hand?”

Beschaamd boog het draakje haar kop. “Ik kan niet vliegen.”

“Natuurlijk kun jij vliegen. Als je er klaar voor bent kun je vliegen.”

“Ik denk het niet. Ik denk echt dat ik de enige draak ben die niet kan vliegen.”

“Nou, laten we dat eens onderzoeken,” zei de draak. Ze ;liep om het draakje heen, bekeek haar van alle kanten, onderzocht haar vleugels en concludeerde: “Helemaal in orde. Je vleugels zijn piekfijn in orde. En je bent slim en dapper en grappig en je hebt een groot warm drakenhart. Je hebt alles in je om te kunnen vliegen.”

“Maar de ekster zegt dat ik het fout doe.”

“De ekster?” vroeg de grote draak en ze rolde haast om van het lachen. “Wat weet de ekster er nou van?”

“De ekster heeft al heel veel babyvogels leren vliegen.” Zei het draakje verdrietig. “maar mij kan ze het niet leren.”

Nu viel de draak echt om van het lachen. “Ben jij een ekster dan? Ben jij soms een ekster?”

“Nee natuurlijk niet,” antwoordde het jonge draakje en ondanks zichzelf moest ze een beetje mee lachen. “Ik weet heus wel dat ik een draakje ben.”

“Gelukkig maar,” zei de draak terwijl ze weer overeind kwam. “Dan vlieg je dus als een draak en niet als een ekster.”

“Ja maar, HOE dan?” riep het draakje. “Ik weet gewoon niet HOE!”

“Jawel hoor, dat weet jij heel goed. Alle draken weten dat, want een draak draagt alle antwoorden in zich. Dus jij weet het antwoord ook. En als je het nu nog niet weet is dat ook goed. Dan weet je het morgen. Of over een week. Maar je weet het. Daar kun je op vertrouwen. Je kunt altijd vertrouwen dat jij weet wat je moet weten en dat je altijd het antwoord vind.”

Nu begon het kleine draakje te huilen. “Nee hoor, ik weet dat allemaal helemaal niet. Ik wist niet eens wanneer ik geboren moest worden. Terwijl ik dat toch had moeten weten. Maar ik lag nog lui en suf te slapen in mijn ei en had helemaal niet door dat ik al tijd was om uit mijn ei te komen. Als het aan mij had gelegen dan was ik nog minstens twee weken blijven zitten. Er moest zelfs een bomenchirurg en een bodemonderzoeker en een boer aan te pas komen om te zorgen dat ik geboren werd. Ik ben dus helemaal niet zo slim. Ik heb helemaal niet alle antwoorden in me. Ik wist niet eens dat het mijn tijd was.” Nu snikte het draakje. “En het was door mijn schuld bijna mis gegaan met de appelboom, die stond al helemaal scheef. De man was echt heel bang en bezorgd”

“Aha, zei de grote draak. Nu snap ik het!” Ze knikte met haar grote kop. “Weet je waarom je op dat moment nog niet wist dat het jouw tijd was?”

Klein draakje keek vragend omhoog. “Nee?”

“Omdat het je tijd ook helemaal nog niet was!”

“Nee?”

“Welnee joh! Jij voelde dat heel goed aan. Je had nog minstens 2 weken moeten blijven zitten om helemaal zelf sterk genoeg te zijn om je ei open te breken.”

“Maar waarom hebben ze me er dan uitgehaald? Was dat dan niet omdat ik het fout deed?”

“Nee joh gekkie! Jij lag gewoon precies te groeien zoals het moest en je tijd af te wachten precies zoals het moest gaan. Alleen tja, niemand had van te voren kunnen denken dat je zo’n grote draak zou worden en dat jouw ei dus ook zo groot werd. Veel groter dan onder de appelboom paste. De man niet, de appelboom niet en zelfs ik niet. Je bent een prachtige grote draak, groter en sterker dan de meeste draken. En je ei raakte daardoor in de knel tussen de wortels van de boom. Er kwamen al barstjes in je ei, terwijl het eigenlijk nog niet de bedoeling was dat het zou breken.

Daarom is het wel heel fijn dat de man hulp heeft gehaald zodat de boomchirurg en de bodemonderzoeker jou én de boom konden redden. Ook al was het nog niet helemaal jouw echte tijd om geboren te worden. Je was in elk geval net groot en sterk genoeg om veilig uit het ei gehaald te worden.

Zie je, jij wist dus juist héél goed dat het jouw tijd nog niet was. Dat klopte precies. Ik had je misschien onder een grotere boom moeten leggen, dan was je twee weken later precies op jouw tijd zelf uit het ei gekomen. Dat de appelboom scheef kwam te staan is dus helemaal niet jouw schuld. Het was voor iedereen even heel spannend en ook voor jou, dat snap ik best, maar jij hebt het helemaal goed gedaan.

Dus dat gevoel van jou, daar kun je helemaal op vertrouwen. Jij weet hoe je moet vliegen. Net zoals je wist wanneer je geboren moest worden, hoe je moest lopen en wanneer je kon rennen en op welk moment je in staat was om rookwolkjes blazen. Jij weet diep van binnen hoe het moet en je weet ook wanneer je er klaar voor bent.”

“Echt?” vroeg het draakje met een hoopvolle blik.

“Echt. Een draak draagt alle antwoorden in zich. En op die antwoorden kan een draak vertrouwen. Dus je weet ook wanneer je kunt vliegen. En als je het vandaag nog niet weet, dan weet je het morgen. Of overmorgen. Of over een week.”

En met die woorden nam de grote draak afscheid en vloog met krachtige slagen de zon tegemoet.

Bewonderend keek het kleine draakje haar na. “Wow! Die kan mooi vliegen! Veel mooier dan de ekster. Veel mooier dan welke vogel dan ook. En als ik goed oefen kan ik dus ook zo vliegen! Vliegen als een draak…”

Zo vatte het draakje weer moed en durfde weer in zichzelf te geloven. Vrolijk begon ze weer in de rond te rennen, te spelen en te fladderen. Steeds een beetje hoger fladderde ze. Steeds een beetje krachtiger werden haar vleugels.

En het draakje kreeg weer vertrouwen in haar eigen vleugels en in haar eigen kracht. En ze kreeg weer lol in het oefenen. Trok zich zelfs niks meer aan van die schele ekster in de boom verderop.

En op een stralende ochtend werd ze wakker en wist…dit is de dag! Vandaag kan ik vliegen.

“Let op he? Riep ze tegen de man en de appelboom. Moet je eens zien wat ik vandaag kan!”

Ze nam een aanloop, sloeg haar vleugels uit en ze vloog!

“Joehoe!” riep ze triomfantelijk. “Ik WIST het!”



Wil jij ook een helend verhaal voor jezelf of voor je kind?

Neem dan contact op om de mogelijkheden te bespreken.



Recente berichten
Archief
Zoeken op tags
Volg ons
  • Facebook Basic Square
  • Twitter Basic Square
  • Google+ Basic Square

Tarieven vind je onder contact.

  • YouTube
  • Instagram
  • LinkedIn Social Icon
  • Facebook Social Icon